gemeenteschool (Stationsstraat)

Naast het postgebouw bevindt zich de oude gemeenteschool uit 1873. Het deed een tijdlang dienst als lokaal voor de FOS en wordt nu gebruikt door de dienst infrastructuur. 

Binnen de architectuur van de 19de en 20ste eeuw vormen de scholen een aparte categorie nutsgebouwen met een eigen specifieke bouwstijl en ontwikkelingspatroon. De evolutie in de schoolarchitectuur heeft een parallelle verloop met de ontwikkeling van het denken over het onderwijs zelf. Nieuwe reglementeringen of beslissingen inzake de schoolwetgeving hebben rechtstreekse invloed op de bouwstijl of bouwperiodes van scholen.
Vóór de eerste wet op het lager onderwijs in 1842 werd er meestal les gegeven in een meer of minder aangepast lokaal dat meestal gebouwd was om een andere functie te vervullen zoals een verlaten kapel of klooster, een vroegere woning, een kamer in de pastorie tot zelfs een oude schuur. Slechts na 1852 werd verplicht dat iedere gemeente minstens één lagere school in een daartoe bestemd gebouw moest inrichten. Vanaf toen werden er ook meer reglementeringen ingevoerd inzake de bouwwijze of bouwstijl van de scholen.
In 1869 werd het verplicht “de scheiding der seksen” door te voeren in het onderwijs. Daarna werden in de jaren 1870 in België niet minder dan 700 scholen gebouwd en 350 uitgebreid. Deze landelijke gemeenteschool in de Stationsstraat, daterend uit 1873, is hiervan een voorbeeld. Het werd immers enkel als jongensschool gebruikt.
Bij de bouw werd gekozen voor de neo-Vlaamse renaissancestijl. Deze stijl kenmerkt zich in de schoolarchitectuur via enerzijds het gebruik van inlandse bouwmaterialen zoals baksteen, arduin, gobertange natuursteen, leien en anderzijds de typische stijlkenmerken als de symmetrische opbouw, het benadrukken van de toegangsportiek, het gebruik van diamantkoppen als versiering in de ontlastingsbogen boven de ramen, enz… Als deze elementen vindt men terug in dit schoolgebouw.

 

 

Artikel categorie: