lied n.a.v. een kindermoord te Hertsberge (opgetekend in 1926)

Deze tekst komt uit een handgeschreven boek met liedjesteksten die opgetekend werden in 1926 door Adrienne Smessaert, echtgenote van Jules Deschaght. Een kopie van deze teksten werd ons bezorgd door Marleen Deschaght, kleindochter van Adrienne. Naast een aantal ‘algemene liedteksten’ wordt in het boekje af en toe verwezen naar Oostkampse situaties. Zoals je in onderstaande tekst zal vaststellen, is het niet meer dan de titel die verwijst naar een ‘Hertsberghs’ gebeuren. Toch zal wellicht hier wel een grond van waarheid inzitten. Deze opsporen met als enige datering dat het ‘vóór 1926 plaatsvond’, is onbegonnen werk. Momenteel kunnen we er ons ook geen idee van vormen hoe deze ‘ballade’ moet geklonken hebben. Waarschijnlijk werd het gezongen op een constant  terugkerende melodie met telkens andere teksten met ‘nieuwswaarde’. Op het einde volgt dé moraliserende boodschap: bezint, eer ge begint!


een meisje zo jong en zoo teeder
wierd in hare jonkheid verleid
zij zag haar minnaar niet weder
zij was in de grootste droefheid
zij moest weldra moeder worden
en heeft eene misdaad geheimd
om van die zorg af te zijn

 

refrein:
onwetend ongeleerd
in hare jonkheid onteerd
door een valschen vriend
kreeg zij een lieflijk kind
door armoede en door nood
bracht zij haar kind ter dood
het kind zag pas het daglicht
verschijnen
of zij deed het verdwijnen

 

in huis waar het meisje woonde
heeft zij eenen put gemaakt
om haar kind daarin te begraven
om te verbergen hare schand
men vond daar een kind pasgeboren
het was van het vrouwlijk geslacht

zoo kwam zij haar kind in den put
steken
waarop geen menschen hadden gedacht

 

(refr.)

 

men heeft een doktoor doen komen
een onderzoek wierd gedaan
de wet die heeft seffens vernomen
wie dat er die moordenaar mocht zijn
de moeder gekoord en gebonden
in eene voituur naar het gevang geleid
zij wierd tot die plaatsen gezonden
het onderzoek duurde niet lang

 

(refr.)

 

daar zit zij zoo droef te treuren
bedenk toch haar schrikkelijk lot
tusschen die vier blinde muren
roepen zij voor wet en voor God
dochters verlaat deze aarde
bemint toch uw eigen vleesch en bloed
had ik mijn kind die ik baarde
in deugd en eer opgevoed

Artikel categorie: